bs
  


Fragment uit Lege Lijnen: 

0

Aan het einde van de middag reden ze Cartagena binnen. Zolang ze onderweg waren geweest en Cartagena een miniem bolletje was op de landkaart, kon iedere droom en iedere verwachting daar uitkomen. Cartagena: het klonk groots en trots, deed denken aan Carthago en een machtig verleden. Nu waren ze er en was de stad gewoon een stad, een behoorlijk lelijke stad eigenlijk, met grauwe fabrieken en kantoren en grote hoeveelheden eenvoudige bakstenen woningen, net zoals de plaats waar ze woonden en geboren waren en zich vaak verveelden. Even waagden de jongens een halfslachtige poging om een slaapplaats te vinden. Daarna stapten ze weer in de auto.
            Ze reden verder langs de kustlijn. Het landschap was droog en roestig; je kreeg er dorst van. Na tientallen kilometers van uitgestrekt niets doorkruisten ze enkele gehuchten waar witgepleisterde bungalows als spookhuizen langs de weg stonden. Op een veranda zat een oude man, als eerste teken van leven. Afwezig tuurde hij voor zich uit, keek zonder te zien, heen en weer wiebelend in een schommelstoel. Wanneer de jongen naar zulke mensen keek, kreeg hij het idee dat ze gevangenen waren van een eeuwigdurende zondag. lees meer...