
|
|
Fragment uit Lege Lijnen: 0 Aan het einde van de middag reden ze Cartagena binnen. Zolang ze onderweg waren geweest en Cartagena een miniem bolletje was op de landkaart, kon iedere droom en iedere verwachting daar uitkomen. Cartagena: het klonk groots en trots, deed denken aan Carthago en een machtig verleden. Nu waren ze er en was de stad gewoon een stad, een behoorlijk lelijke stad eigenlijk, met grauwe fabrieken en kantoren en grote hoeveelheden eenvoudige bakstenen woningen, net zoals de plaats waar ze woonden en geboren waren en zich vaak verveelden. Even waagden de jongens een halfslachtige poging om een slaapplaats te vinden. Daarna stapten ze weer in de auto. |
|
|---|